Het leven in de Kooikamp.

Het leven was zo slecht nog niet in huize de Kooikamp. Voor de één was het wel gemakkelijker , dan voor de ander. Uiteraard gaan er ook verhalen rond over de Kooikamp. Hier kan ik me dus niet met zekerheid over uitlaten. Dit kan een ieder voor zich het beste invullen wat hij wel of niet vind. 

Wel hebben deze behoorlijk indruk op me gemaakt. Ik denk hierbij aan pupillen waar je mee  opgetrokken bent, mee gespeeld heb, en die een verkeerde weg zijn in geslagen en in het ergste geval het plegen van zelfmoord. Hier heb ik even bij stil gestaan en na gedacht. Het laat je niet meer los.

De uithuisplaatsing gebeurde meestal doordat er geen goede gezinsstructuur was, de kinderen verwaarloosd werden of een één ouder gezin door scheiding, mogelijk nog andere redenen. De ouders werd vaak de ouderlijke macht ontnomen via de rechtbank.

De pupillen werden naar aanleiding hiervan onder toezicht van de vereniging Kinderzorg of stichting de Opbouw te Utrecht geplaatst en kwamen hierdoor vaak op de Kooikamp terecht. Hiervoor werd dan een voogd aan gesteld.

Het was s' morgens op tijd op staan, want de jongsten, gingen naar de lagere school in het dorp, terwijl anderen op de fiets naar Groningen gingen voor het voortgezet onderwijs.

Ook waren er een aantal jongens die aan het werk waren buiten het huis. De één werkte bij de slager, een ander bij de schilder en zo ook bij de timmerman en bij een boer. Tussen de middag werd er dan een boterham gegeten en s' avonds was het dan warm. Er werkte op de Kooikamp ook nog een tuinman die zowel de groentetuin als de rest om het huis keurig netjes in orde hield. Deze kwam uit Gieten, maar weet ik niet met zekerheid. En voor het verstellen van de kleding was er een oude mevrouw, die eens in de week kwam een mevr. Greving voor zover ik me het herinner.

In het inmiddels gesloopte koetshuis was de keuken onder gebracht waar de kok Fokko Berends het voor het zeggen had. 

Het slapen was op de eerste verdieping . Dit was in gedeeld in een 8 mans zaaltje (de kleinsten), een 6 mans zaaltje (de oudsten) en de grote zaal. Dat was de grootste en midden groep. De leidsters, die intern woonden sliepen er ook 3 op de eerste verdieping en 2 sliepen op de 2e verdieping tevens de zolder.

Ook kinderen uit het dorp kwamen wel op de Kooikamp.

Dat men een stempel op de neus had, dat men tot de Kooikamp behoorde was wel duidelijk. Als er iets op school vermist was, of er was een fiets in het dorp weg, was het direct dat zullen wel jongens van de Kooikamp geweest zijn. Eigenlijk heel jammer, want dat raakte je erg en hierdoor werd je op je ziel getrapt. Dat raak je ook nooit meer kwijt en kom je in je latere leven ook weer tegen. Een voorbeeld hiervan dat ik op later leeftijd (45jaar) mensen tegen kwam en er mee aan de praat raakte. Ze vertelden me dat ze van Glimmen kwamen. Mijn reactie, zonder na te denken, daar heb ik ook gewoond. Oh, waar was de vraag, waarop ik antwoorde op de Rijkstraatweg. Oh, werd er direct gezegd op de Kooikamp? Ondanks toch leuke herinneringen aan de Kooikamp, vergeet je dit nooit meer en blijft het je hele leven bij.